|
Doel |
= |
= |
| Blauwborst |
Omschrijving |
Actueel: in het SBZ-V Poldercomplex de laatste jaren gemiddeld 200 bp., met als maximum 290 bp. in 2010. In het SBZ-V Krekengebied gemiddeld 85 à 130 bp. de laatste jaren. In het SBZ-V Het Zwin 40 bp. Doel: behoud van de actuele populaties: - SBZ-V Poldercomplex: gemiddeld 200 bp. - SBZ-V Krekengebied: gemiddeld 85 à 130 bp. - SBZ-V Het Zwin: gemiddeld 40 bp. |
Behoud van rietvelden, rietsloten en gevarieerde moerassen (o.a. habitattype 6430). |
|
Doel |
= |
+ |
| Blauwe kiekendief |
Omschrijving |
Actueel: Jaarlijks enkele tot 10 ex. in SBZ-V Poldercomplex, ca. 5 ex. in SBZ-V Het Zwin en ca. 10 ex. in SBZ-V Krekengebied Doel: behoud van de populatiegemiddelden in de SBZ-V’s |
Verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving: - Het garanderen van de nodige rust op slaapplaatsen
- Het bevorderen van voedselaanbod in agrarische gebieden (bv. door aanleg onbewerkte randstroken langs akkers, hier en daar verruigd grasland, braaklegging akkers, …)
- Behoud van de openheid van het landschap in belangrijke overwinteringsgebieden
|
|
Doel |
=/+ |
+ |
| Bruine kiekendief |
Omschrijving |
Actueel: 7 tot 10 bp. in Poldercomplex en 10 tot 15 bp. in Krekengebied. In het SBZ-V Het Zwin broedt de soort de laatste jaren niet meer. Doel: behoud actuele populatie.
|
Voorzien goede kwaliteit broedgebieden: - Uitgestrekte, ononderbroken rietvelden en moerassen met dichte bedden van vegetatie en weinig bomen;
- Instandhouding van voldoende kwalitatieve open ruimte rond de broedgebieden;
- Actieve nestbescherming van in cultuurland broedende paren.
Deze doelstelling is deels compatibel met en lift mee op de kwaliteitsdoelstelling voor habitattypes 6430 en 7140. Voorzien goede kwaliteit foerageergebied. De soort verkiest vochtige weilanden, maar ook cultuurland – bij voorkeur korenvelden – komen in aanmerking indien deze veel vogels en kleine zoogdieren herbergen. Volgende kerngebieden zijn essentieel met het oog op de instandhouding van de populatie Bruine kiekendief in het gebied: - Krekencomplex Assenede
- Krekengebied omgeving Noorddijk
- Krekengebied St. Margriete – St. Jan
- Polders te Hoek & Lapscheure
- Uitkerkse Polder
- ’t Pompje en Kwetshaege
|
|
Doel |
+ |
+ |
| Goudplevier |
Omschrijving |
Actueel: Laatste jaren seizoensgemiddelde in de oostkustpolder van 500 tot 1.000 exemplaren. Gemiddeld bevindt zich hiervan 85 à 90% binnen het SBZ-V Poldercomplex. Doel: Toename van de winterpopulatie (seizoensgemiddelde) in het SBZ-V Poldercomplex tot gemiddeld 1.500 à 2.000 ex. |
Verbetering van de kwaliteit van het leefgebied: - Het toelaten van gedeeltelijke en ondiepe overstromingen van graslanden binnen overstromingsgebieden, in winter en vroege voorjaar (hebben gunstig effect)
- Opwaardering van voor (water)vogels minderwaardige graslanden door aangepast maai of graasbeheer en/of inrichting. Zo moeten bijvoorbeeld de graslanden met een korte grasmat de winter ingaan (tegengaan van verruiging)
- Het beperken van verstoring in belangrijke overwinteringsgebieden
De soort lift ook deels mee op de doelen voor de kleine rietgans, kolgans en smient. De soort foerageert ook op stoppelvelden en kale akkers. |
|
Doel |
= |
= |
| Grote zilverreiger |
Omschrijving |
Actueel: De soort foerageert regelmatig in het SBZ-V Poldercomplex, Het Zwin en Krekengebied, maar het gaat om slechts enkele exemplaren. Doel: behoud van de populatiegemiddelden in de SBZ-V’s |
- Instandhouden van ondiepe plassen met goede waterkwaliteit en goed ontwikkeld visbestand
- Het garanderen van de nodige rust op slaapplaatsen en in foerageergebieden
|
|
Doel |
=/+ |
+ |
| IJsvogel |
Omschrijving |
Actueel: 0 tot 5 bp. in Poldercomplex en 1 tot 3 bp. in het Krekengebied Doel: behoud van de actuele populatie |
Behoud van potentiële nestlocaties. De soort lift mee op de algemene verbeterde waterkwaliteit (o.a. i.f.v. habitats 6430 en 91E0). |
|
Doel |
= |
+ |
| Kemphaan |
Omschrijving |
Actueel: In de SBZ-V’s Poldercomplex, Het Zwin en Krekengebied bedragen de maxima de laatste jaren enkele tientallen tot enkele honderd exemplaren. De laatste jaren bedraagt het seizoensgemiddelde in het SBZ-V Poldercomplex ca. 100 ex. Doel: behoud van een seizoensgemiddelde van 50-150 ex. in SBZ-V Poldercomplex, 50-100 ex. in het SBZ-V Het Zwin en 50-100 in het SBZ-V Krekengebied |
Verbetering van de kwaliteit van het leefgebied: - Het garanderen van de nodige rust op slaapplaatsen
- Verhoging van waterpeilen in graslandengebieden
|
|
Doel |
= |
+ |
| Kleine rietgans |
Omschrijving |
Actueel: De laatste jaren wintermaxima van 30.000-40.000 ex. en seizoensgemiddelde van ca. 12.000 ex. in de volledige Oostkustpolders. Ca. 75% daarvan bevond zich binnen het SBZ-V Poldercomplex. Doel: behoud van een seizoensgemiddelde van 12.000 ex [*]. Dit impliceert minimaal het behoud van een graslandareaal van 11.600 ha waarvan 8.000-10.000 ha permanent grasland of weilandcomplex met veel sloten en/of microreliëf in de Oostkustpolders. *] Dit is een gemiddeld aantal over de maanden oktober tot en met maart. |
Verbetering van de kwaliteit van het leefgebied: - Behoud van microreliëf in de poldergraslanden
- Het tegengaan van versnippering van graslandcomplexen
- Opwaardering van voor (water)vogels minderwaardige graslanden door aangepast beheer en/of inrichting
- Behoud van grootschalig open polderlandschap (geen toename van bebouwing, bossen, houtkanten enz. in belangrijkste overwinteringsgebieden)
- Beperken van menselijke verstoring.
|
|
Doel |
= |
= |
| Kleine zwaan |
Omschrijving |
Actueel: In het Meetjeslandse Krekengebied worden de laatste jaren maxima waargenomen van 350 tot 600 ex. In het SBZ-V Poldercomplex en Het Zwin is de soort veel zeldzamer, met onregelmatig voorkomen tot maximum een tiental exemplaren. Doel: behoud van het seizoensgemiddelde in de SBZ-V Krekengebied |
Instandhouden van overwinteringsgebieden: - Lokaal oogstresten op akkers laten liggen in de winter
- Voldoende goede waterkwaliteit in ondiepe wateren zodat zich weelderige onderwatervegetaties kunnen ontwikkelen
- Beperken van menselijke verstoring op foerageer- en slaapplaatsen
|
|
Doel |
=/+ |
+ |
| Kluut |
Omschrijving |
Actueel: 150-170 bp. in SBZ-V Poldercomplex, ca. 5 bp. in SBZ-V Krekengebied en geen bp. meer in SBZ-V Het Zwin. Doel: behoud van de actuele populaties in de SBZ-V’s.
|
In stand houden van de kwaliteit van het leefgebied van de actuele populaties, ook op langere termijn: in stand houden van open, slikkige oevers in combinatie met zandige, schaars begroeide terreinen. Stabiel waterpeil: fluctuaties < 2 cm tijdens het broedseizoen. De soort lift mee op de doelstellingen voor de zilte graslanden 1310 en 1330. |
|
Doel |
= |
+ |
| Kolgans |
Omschrijving |
Actueel: De laatste jaren wintermaxima van 30.000-40.000 ex. en seizoensgemiddelde van 10.000-11.000 ex. in de volledige Oostkustpolders. Ca. 80-85% daarvan bevond zich binnen het SBZ-V Poldercomplex. Doel: behoud van een seizoensgemiddelde van min. 8.000-9.000 ex. in het SBZ-V Poldercomplex, een seizoensgemiddelde van 2.000 ex. in het SBZ-V Het Zwin en een seizoensgemiddelde van 2.000 ex. in het SBZ-V Krekengebied. |
De soort lift mee op de doelen voor de kleine rietgans. |
|
Doel |
=/+ |
+ |
| Meervleermuis |
Omschrijving |
Actueel: geen populatie binnen SBZ, wel belangrijke aantallen foeragerende individuen. Doel: behoud van de actuele populatie. |
Kwaliteitsverbetering: - open water met een goede waterkwaliteit met natuurlijke vegetatie- en insectenrijke oevers, als foerageerhabitat. ;
- Behoud en herstel van lijnvormige landschapselementen als verbinding tussen kolonies en foerageergebieden.
|
|
Doel |
= |
+ |
| Pijlstaart |
Omschrijving |
Actueel: In de Oostkustpolders bedraagt het seizoensgemiddelde de laatste jaren 50-60 ex., met maxima van rond de 150-200 ex. Beperkt aandeel daarvan in SBZ-V Poldercomplex, nl. ca. 1/3. Doel: behoud van de seizoensgemiddelden in het SBZ-V Poldercomplex |
Verbetering van de kwaliteit van het leefgebied: - Het beperken van (menselijke) verstoring in belangrijke overwinteringsgebieden
- Stagnerend oppervlaktewater in reliëfrijke graslanden
|
|
Doel |
=/+ |
+ |
| Porseleinhoen |
Omschrijving |
Actueel: onregelmatige broedvogel over de volledige SBZ. Doel: behoud van de Porseleinhoen als broedvogel in SBZ-V Poldercomplex en SBZ-V Krekengebied, met 1 à 2 bp. als satellietpopulatie. Dit vereist een extra leefgebied van 5-10 ha. |
In stand houden van grote zeggenvegetaties en rietmoerassen. De soort lift deels mee op de doelen voor habitattype 6430 en soorten zeggekorfslak en bruine kiekendief. |
|
Doel |
= |
=/+ |
| Rietgans |
Omschrijving |
Actueel: Jaarlijkse maxima van 1.000 à 2.000 ex. in het Meetjeslandse Krekengebied. Seizoensgemiddelde de laatste jaren ca. 400 ex. Ca. 25% van de waarnemingen binnen het SBZ-V Krekengebied. Doel: behoud van het seizoensgemiddelde van 400 ex. |
Behoud van de kwaliteit van het leefgebied: - Beperken van verstoring
- Behoud van de openheid van het landschap
|
|
Doel |
= |
+ |
| Slobeend |
Omschrijving |
Actueel: de laatste jaren seizoensgemiddelde van 300 à 350 ex. in de volledige Oostkustpolders. Daarvan bevindt zich gemiddeld 70% (ca. 200 ex.) binnen het SBZ-V Poldercomplex Doel: behoud van de seizoensgemiddelden in het SBZ-V Poldercomplex |
Verbetering van de kwaliteit van het leefgebied: - Plassen met een goede waterkwaliteit en veel waterplanten (en ongewervelden)
- Het beperken van (menselijke) verstoring in belangrijke overwinteringsgebieden
- Stagnerend oppervlaktewater in reliëfrijke graslanden
|
|
Doel |
= |
+ |
| Smient |
Omschrijving |
Actueel: De laatste jaren wintermaxima van 15.000-40.000 ex. en seizoensgemiddelde van ca. 11.000 à 12.000 ex. in de volledige Oostkustpolders. 80-85% daarvan bevond zich binnen het SBZ-V Poldercomplex. Doel: behoud van een seizoensgemiddelde van min. 9.000 à 10.000 ex. in het SBZ-V Poldercomplex. |
De soort lift mee op de doelen voor de kleine rietgans. |
|
Doel |
=/+ |
+ |
| Steltkluut |
Omschrijving |
Actueel: Vanaf 2005 0-9 bp. in de Uitkerkse Polder. Aantallen jaarlijks sterk variërend, soms geen broedgevallen. Doel: behoud van de actuele populatie van 0-9 bp. in het SBZ-V Poldercomplex. |
In stand houden van de kwaliteit van het leefgebied van de actuele populaties, ook op langere termijn: in stand houden van open, slikkige oevers in combinatie met zandige, schaars begroeide terreinen. Stabiel waterpeil: fluctuaties < 2 cm tijdens het broedseizoen. De soort lift net als de kluut mee op de doelstellingen voor de zilte graslanden 1310 en 1330. |
|
Doel |
= |
+ |
| Wulp |
Omschrijving |
Actueel: De laatste jaren bedraagt het seizoensgemiddelde in de Oostkustpolders 1.300 tot 2.400 exemplaren. De wintermaxima lopen op tot 3.000 ex., in de winter 2010-2011 zelfs 4.500 ex. Gemiddeld komt van de waargenomen aantallen in de Oostkustpolders 85-90% voor in het SBZ-V Poldercomplex. Doel: behoud van de seizoensgemiddelden in het SBZ-V Poldercomplex |
Verbetering van de kwaliteit van het leefgebied: - Het garanderen van de nodige rust op slaapplaatsen
- Stagnerend oppervlaktewater in reliëfrijke graslanden
|
|
Doel |
=/+ |
+ |
| Zeggekorfslak |
Omschrijving |
Actueel: De soort is in de SBZ enkel gekend van het Krekengebied (Rode Geul en Grote Geul). Doel: behoud van de actuele populaties in de Rode en Grote Geul. |
In stand houden grote zeggenvegetaties en zeggenrijk elzenbroek: - voldoende hoge grondwaterstand in de percelen; ;
- geen overstromingen met vervuild water
|